In de blog van 20 Februari (Basis van fotografie)heb ik wat tips gegeven over bijvoorbeeld compositie en regel van derden. Dit is toepasbaar op elk toestel waar je foto’s mee maakt, het maakt niet uit of je met je mobiel of met een camera foto’s maakt. Ik hoop dat je iets aan de tips hebt gehad en dat je daar alvast leuke resultaten mee hebt gekregen. Daarna heb je ook wat uitleg gekregen over de symbolen die je veelal tegenkomt op de camera’s, zowel compact camera’s als meer geavanceerde camera’s.

Als je met zo’n geavanceerdere camera bezig bent, dan wil je misschien ook wel wat meer controle over je foto’s. Je hebt geoefend met de regel van derden en de composities en dat lukt aardig, maar sommige foto’s worden toch niet helemaal scherp.. je wil er iets meer uithalen. Daarom ga ik het nu met je hebben over sluitertijd.

Wat is sluitertijd?

Dit is de tijd dat je sluiter open staat … ik zie je denken “wat?” Op het moment dat je op het ontspanknopje drukt, gaat je camera de opname maken. Die opname duurt een bepaalde tijd, niet zoals bij een filmpje 1, 2 of 5 seconden of langer, nee dat gaat heel snel voor een stilstaand beeld. Dan heb je het over 10e van secondes.

Met deze sluitertijd bepaal je of je onderwerp scherp is of niet, of je beweging ziet of niet. Dus het is wel een belangrijk onderdeel en hangt ook samen met de hoeveelheid licht die je tot je beschikking hebt. Een camera zal op de automatische stand, altijd de meest snelle sluitertijd kiezen die mogelijk is, daarmee niet altijd wenselijk voor wat je vast wilt leggen. Dus ik ga je in dit onderdeel uitleggen hoe je de sluitertijd op je camera kan lezen / interpreteren en hoe je deze kan beïnvloeden, zonder dat je meteen een heel kennisboek uit je hoofd moet leren.

Hoe zie ik de sluitertijd?

Als je op de je camera kijkt zul je op de draaiknop of in het scherm waarschijnlijk de termen T of bij Canon Tv tegenkomen, bij sommige merken ook wel S. Het is dan heel waarschijnlijk dat je ook de term A of bij Canon Av tegenkomt. De T is voor de sluitertijd en de A is voor de diafragma, die gaan we op een ander moment behandelen.

Als je nu een ezelsbruggetje nodig hebt om te onthouden welke stand nu voor je sluitertijd is, dan doe je T van tijd (of bij andere merken S van sluitertijd). Kun je je nooit vergissen.

De sluitertijd kun je aflezen van de camera. Meestal ziet dat eruit als 1/100 of 1/500, dit kun je lezen als 100ste van een seconde of 500ste van een seconde, heel snel dus. Dat is de tijd dat de sluiter openstaat om de opname te maken. Let erop, dat de camera vaak de 1/ weglaat, kijk maar op de afbeelding hierboven, hier staat 125, dit is 1/125.

Dit kan er ook uit zien als 1″ of 3″. Dit betekent 1 seconde of 3 seconde. (Dit geeft de camera wel als zodanig weer) Ik denk dat wel al duidelijk is dat de laatstgenoemde langzamer is (de sluiter staat langer open) dan de eerstgenoemde. Als de sluiter langer open staat, dan betekent dit dat je meer beweging in je beeld krijgt. Dit betekent ook dat je sensor meer licht opvangt. Klinkt dat nog een beetje logisch? Denk er even over na…

Ja, heb je hem? Nee? Okee, als je een raam hebt met een verduisterend gordijn ervoor. Het gordijn is dicht…. het is donker, logisch? Als je heel snel dat gordijn open en dan meteen weer dicht doet, dan heb je even snel een flits van licht in de kamer en is het meteen daarna weer donker. Te weinig tijd om je ogen even te laten wennen aan het licht en wat meer van de kamer te zien… alleen een korte flits. Je ziet weinig van de kamer en wat er aanwezig is in de kamer.

Je gaat nu weer het gordijn opendoen, maar houdt deze even open voor zeg 3 seconde en dan is het gordijn weer dicht. Dan heb je veel meer licht in de kamer en zie je meer van de kamer. Nog steeds logisch?

Stel nu dat je in deze kamer een kat hebt, die rent van de ene kant naar de andere kant van de kamer. En je doet het gordijn weer heel snel open en meteen weer dicht, dan zie je die kat nauwelijks bewegen, het is net alsof de kat even in beeld is en stil staat voordat het weer donker wordt. Volg je mij nog steeds?

Weer die kat, weer dat gordijn, maar nu doe je dat gordijn weer open voor 3 seconde en kijkt ondertussen naar de rennende kat. Dan zul je in die 3 seconde de kat wel zien bewegen… snap je hem?

Oke, terug naar de camera. Als de sluitertijd op 1/100 staat, de sluiter is dus maar 100ste van een seconde open, dan zul je de kat zien alsof deze stilstaat (je bevriest het beeld), maar mogelijk wel met weinig licht. Als de sluitertijd op 1/500 staat, de sluiter is dan 500ste van een seconde open, zie je meer beweging van de kat en ook meer licht. Zet de camera nu op 3″ (3 seconde) dan zal je de kat behoorlijk zien bewegen en veel licht hebben, misschien zelfs teveel licht.

En daar heb je de sluitertijd uitgelegd. Denk er even over na en probeer het zelf eens met je eigen camera. Dan leer je het snelste. Hoe je de sluitertijd instelt is per camera verschillend, dus dat kun je het beste even opzoeken in de handleiding van jouw specifieke camera, mocht je er niet uitkomen, mag je mij altijd even een berichtje sturen en dan kijk ik graag even met je mee.

Even op een rijtje:

📷De sluitertijd op 1/100 is 100ste van een seconde, dus de sluiter kort open. De sluitertijd op 3″ is 3 seconde dus de sluitertijd lang open.

📸De sluitertijd op kort, betekent weinig/minder licht en weinig beweging (je bevriest het beeld). De sluitertijd op lang, betekent veel/meer licht en veel beweging.

📷Als je een rennend dier fotografeert met een sluitertijd van 3″, dan zul je deze als een veeg in beeld zien. Zeker als je de camera op statief zet. Als je uit de hand fotografeert is het hele beeld wazig, door de beweging van je hand.

📸Als je een rennend dier fotografeert met een sluitertijd van 1/500, dan zul je deze duidelijk in beeld zien. Dan kun je ook uit de hand schieten (dus geen statief nodig), maar heb je wel minder licht en mogelijk een donkere foto.

Natuurlijk is je camera niet beperkt op de genoemde sluitertijden van 1/100, 1/500 etc. Er zitten vele sluitertijden tussen, hoeveel die stapjes zijn, dat is camera afhankelijk. De basis is dat je snapt wat dit doet en dan zelf gaat proberen met effecten wat je zoekt. Als je een bewegend iets in beeld hebt (auto, dier, fiets) dan gebruik je een sluitertijd van 1/100, 1/200, 1/500 of verder.

Staat je camera op statief voor bijvoorbeeld een landschap of een ander stilstaand beeld, dan kun je de langere sluitertijd gebruiken, denk aan 1/50, 1/10 of zelfs 1″, 2″. Let erop dat dit altijd invloed heeft op je licht. Als je de T(v) stand gebruikt, dan zal de camera vanzelf de overige instellingen erbij zoeken. Daar gaan wij nu niet verder op in, aangezien dit al even ingewikkeld genoeg is voor de beginners onder ons.

Nog 1 laatste tipje, als je uit de hand fotografeert (zonder statief) dan is de langste sluitertijd die je kunt gebruiken meestal rond de 1/50. Ga je nog langer (1/10, 1″ etc) dan zul je echt je camera stabiel op een statief moeten zetten.

Er zijn vele varianten mogelijk met de sluitertijd en beweging, maar die zal ik nu niet allemaal behandelen… ik laat je dit even rustig lezen, oefenen en het zou leuk zijn als je de resultaten en bevindingen delen wil op mijn Facebook pagina of in de reacties hieronder. Heb je nog vragen of wil je iets delen, maar niet openbaar over de fotografie, dan mag je mij natuurlijk ook altijd een privé bericht of email sturen.

Ga hier even mee aan de slag, check de handleiding voor hoe deze instelling kan maken en ik ben benieuwd wat eruit komt bij jullie en of je zo tot bijzondere ontdekkingen komt. Over een tijdje, als je dit hebt kunnen oefenen, gaan we een stapje verder met de instellingen. Voor nu wens ik je veel speelplezier!!